Antikanker. Een nieuwe levensstijl

Antikanker. Een nieuwe levensstijl

Dr. David Servan-Schreiber

5.0/5 Waardering (1 beoordelingen)

Omschrijving

Na het lezen van zijn boek "Uw brein als medicijn" bleef ik met de vraag zitten hoe het kwam dat deze reguliere arts zo'n omslag naar de complementaire geneeswijze heeft gemaakt. Het antwoord ligt in dit boek. Tweemaal heeft hij een hersentumor gehad. Door deze ervaringen is hij zich gaan verdiepen in het hoe en waarom van kanker. Ik vind het een zeer goed boek, vooral omdat het ook goed leesbaar is, geen droge kost. Ik kan dit boek niet beter beschrijven dan in onderstaande artikelen uit het maandblad "Uitzicht, magazine voor natuurlijke kankerbestrijding" een uitgave van de Moermanvereniging en de recensie van Hans Stoop.
www.moermanvereniging.nl

Specificaties

  • Uitgever: Uitgeverij Kosmos
  • ISBN: ISBN: 978 90 215 1100 9
  • Taal: Nederlands

Recensie

De opzienbarende zoektocht van kankerpatiënt Servan-Schreiber (I)

De Franse psychiater David Servan-Schreiber is dertig jaar als hij kanker krijgt. De behandeling slaat aan en hij lijkt genezen. Maar vijf jaar later slaat de ziekte opnieuw toe. Dat is het begin van een wetenschappelijke zoektocht met een even opzienbarende als beschamende uitkomst. De patiënt schreef er een fascinerend boek over met als hoofdconclusie: gezonde voeding en een gezonde leefstijl zijn van veel meer belang in de strijd tegen kanker dan de gemiddelde specialist beseft.

‘Eet gewoon wat je lekker vindt’, zei de oncoloog

David Servan-Schreiber doet onderzoek naar denkmechanismen in een laboratorium in het Amerikaanse Pittsburgh als de ziekte zich bij hem openbaart. Samen met zijn vriend Jonathan heeft hij de leiding over het lab. Studenten fungeren als proefkonijn. Ze moeten mentale opdrachten uitvoeren terwijl Jonathan een MRI-scan van hun hersenen maakt. Op een dag komt een van de studenten niet opdraven, waarop David wordt gevraagd om in te vallen. Jonathan zegt halverwege dat er een probleem is en dat de scan opnieuw moet worden gemaakt. Nietsvermoedend ondergaat David de tweede ronde. Dan hoort hij de stem van Jonathan: “Zeg, er is iets mis.”

David heeft al heel wat scans gezien en als hij het beeld van zijn hersenen bekijkt, weet hij hoe laat het is. Er gaat een schok door hem heen. In de rechterhelft van zijn prefrontale cortex bevindt zich een rond balletje ter grootte van een walnoot: een hersentumor in een gevorderd stadium. Hij kent de statistieken. Zonder behandeling heeft hij nog hooguit zes weken te leven, met behandeling zes maanden. Hij laat zich opereren en lijkt zo waar genezen. Maar vijf jaar later dient de ziekte zich opnieuw aan.

Tibetaanse geneeskunde

Tijdens een bezoek aan de Indiase stad Dharamsala ontdekt hij dat er twee systemen binnen de gezondheidszorg bestaan. Het centrum van het ene systeem is een modern westers ziekenhuis met alles erop en eraan. De werkwijze verschilt nauwelijks van wat David in Europa en de VS gewend is. Maar in diezelfde stad is er ook een medische faculteit die de traditionele Tibetaanse geneeskunde onderwijst. De artsen werken op een totaal andere manier dan in het westerse ziekenhuis en gebruiken ook eigen, plantaardige medicijnen. Ze zijn niet zo zeer geïnteresseerd in de symptomen van een ziekte maar meer in de algehele conditie van de patiënt. Zij gaan op zoek naar de voedingsbodem van de kwaal en werken met acupunctuur, meditatie, kruidendrankjes en met verandering van eetgewoonten. David is hoogst verbaasd en vraagt zich af welke keuze de inwoners van de stad maken in geval van ziekte. Het antwoord van de mensen die hij spreekt, is vrij eenduidig. Als ze iets acuuts hebben, melden ze zich bij de westerse genezer. Maar in geval van een chronische ziekte consulteren ze de Tibetaanse dokter. Het duurt dan weliswaar langer voordat de behandeling helpt maar op termijn ben je er beter mee af.

‘Eet wat je lekker vindt’

Als hij weer bij zijn oncoloog komt, bereidt hij zich voor op een jaar lang chemotherapie. Hij vraagt of hij zijn voedingspatroon moet veranderen om zoveel mogelijk te profiteren van de behandeling en om een terugkeer van de tumor te voorkomen. Het antwoord van de specialist ervaart hij als onthutsend: “Eet gewoon wat je lekker vindt.” Intussen weet David wel beter. Hij vindt de onwetendheid beschamend en wil uitzoeken hoe zo’n kolossale misvatting onder oncologen kan blijven voortleven, met alle waardering die hij heeft voor hun kundigheid. Hij ontdekt dat de medische cultuur zo in elkaar zit dat artsen hun adviezen aan patiënten maar onder één voorwaarde willen verande­ren: er moet eerst een serie 'dubbel­blind'- onderzoeken bestaan die de effectiviteit van een behandeling bij de mens aantoont. Laboratoriumonder­zoeken op kankercellen of muizen nemen oncologen niet serieus zolang ze niet zijn bevestigd door grootschalig onderzoek op mensen. Tot dan zijn er geen 'bewijzen'. Zelfs wanneer het onderzoek wordt gepubliceerd in gere­nommeerde vakbladen, doet de specialist er niets mee. Als ze er in hun ge­bruikelijke bronnen niet over hebben gehoord, hebben ze het idee dat "het niet waar kan zijn, anders zou ik het weten".

Commercieel niet interessant

Het uittesten en het op de markt bren­gen van een geneesmiddel tegen kanker kost tegenwoordig al gauw tussen de 500 miljoen en een miljard dollar. Een farmaceutisch bedrijf vindt dat een verantwoorde investering, omdat dat bedrag bij een succesvol medicijn in één jaar wordt terugverdiend.

"Maar", constateert Servan-Schreiber, "het is volstrekt ondenkbaar om derge­lijke sommen geld te investeren om het nut van broccoli, frambozen of groene thee aan te tonen, omdat die niet gepa­tenteerd kunnen worden en het in de handel brengen ervan de oorspronke­lijke investering niet terugverdient. Om het nut tegen kanker aan te tonen van levensmiddelen zullen we nooit be­schikken over proeven op mensen op eenzelfde schaal als voor medicijnen. En daarom hoor je vaak zeggen: Al die onderzoeken op muizen bewijzen nog niets voor de mens: en, dat is ook zo. Hij vindt dat de gezondheidsinstanties hier hun verantwoordelijkheid zouden moeten nemen en zelf deze onderzoe­ken zouden moeten financieren. Niet dat we daarop moeten wachten want -zoals hij betoogt- de voordelen voor je gezondheid zijn er sowieso. Maar daar­over meer in het volgende nummer van Uitzicht.

Uitzicht jaargang 35 nr. 8 blz. 10 en 11.

Terug naar recencies

De opzienbarende zoektocht van kankerpatiënt Servan-Schreiber (2 en slot)

Dat voeding en kanker met elkaar te maken hebben, is een gedachte die langzaam maar zeker gemeengoed begint te geworden. Anders ligt dat met het verband tussen kanker en leefstijl. Dat we eigenlijk een half uur per dag moeten bewegen, weten we allemaal maar wat is de invloed van onze geest op de woekering van kwade cellen? Ook daarover biedt de Franse psychiater David Servan-Schreiber in zijn boek 'Antikanker' verrijkende inzichten.

Anders leven: meer dan gezond eten en een half uur bewegen.

Servan-Schreiber kreeg op 30-jarige leeftijd kanker, dacht dat hij genezen was tot zich de ziekte vijf jaar later weer openbaarde (zie Uitzicht/8). Hij ontdekte dat het ontstaan van de ziekte alles te maken heeft met moderne voeding en met onze leefstijl. Geen wetenschappelijk onderzoek over dit on­derwerp of hij nam er kennis van.

De uitkomsten van die onderzoeken waren voor hem even onthutsend als opzienbarend. Het bleek te wemelen van de aanwijzingen dat tal van stoffen die op grote schaal in onze voeding worden verwerkt de groei van de tumor stimuleren. Geraffineerde suiker is misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Kankercellen zijn dol op dit voedingsmiddel dat in relatief grote hoeveelheden wordt geconsumeerd. Maar waarom wist hij dat niet? En hoe kon zijn oncoloog toch zeggen dat hij alles mocht eten wat hij lekker vond? Het antwoord is dat de moderne geneeskunde nieuwe inzich­ten pas overneemt als ze via dubbelblindonderzoek onomstotelijk zijn komen vast te staan. Tot die tijd worden alle aan­wijzingen, hoe talrijk en overtuigend ook, genegeerd. Voor de farmaceutische industrie is dat soort peperduur onderzoek naar voedingsmiddelen niet interessant. Overheden laten het ook liggers. Vandaar dal het onnodig lang duurt voordat de schadelijkheid van bepaalde voedingsstoffen de oncologische tijdschriften haalt.

Boodschappenlijst

In zijn boek 'Antikanker', waarin Servan-Schreiber deze beschamende zoektocht beschrijft laat hij het niet bij het in gebreke stellen van de reguliere geneeskunde maar geeft hij een keur aan verantwoorde (voedings)adviezen. Bijzonder is dat de auteur die overzichtelijk in een afzonderlijke brochure weergeeft. Die publicatie is achterin bet boek met een plak­rand bevestigd en is dus uitneembaar. Je zou wensen dat de overheid die huis-aan-huis laat bezorgen.

Veel van die adviezen zullen de lezers van dit blad bekend voorkomen. Dat we witte brood, witte rijst, gebak, aardappel­puree, cornflakes, jam en frisdrank beter kunnen later staan, zal voor weinigen een verrassing zijn. Dat we er daarentegen verstandig aan doen volkorengranen. bruine of basmatirijst, linzen. erwten, bonen, onbewerkt fruit, knoflook en uien tot ons te nemen zal evenmin verbazing wekken. Maar in de brochure is alles wel heel erg handig op een rijtje genet. Bovendien zal niet alles even bekend zijn. Wie weet bijvoorbeeld dat je kleding uit de stomerij enkele uren moet luchten voordat je die draagt vanwege de toegepaste chemicaliën? Of dat je het contact tussen aluminium en de huid zo veel mogelijk moet zien te vermijden? En dat je groene thee het bests tien minuten kunt laten trekken omdat dat gunstig is voor het vrijkomen van de beschermende stoffen? Verder geeft Servan-Schreiber in de brochure aan welke groenten en vruchten het meest en welke het mist door landbouwgif worden getroffen, in welke mate omega-3 vet­zuren in de diverse vissoorten voorkomen, welke effecten de diverse groenten hebben op enkele specifieke vormen van kanker en welke activiteiten het meeste rendement (in energie-eenheden) opleveren. Hij eindigt met een 'boodschap­penlijst tegen kanker" en een samenvatting van de belang­rijkste hoofdstukken uit zijn boek.

Glibberig terrein

In 'Antikanker' gaat Servan-Schreiber, tegenwoordig hoogle­raar klinische psychiatrie aan de Universiteit van Pittsburgh, ook uitvoerig in op de relatie tussen leefstijl en kanker. Hij heeft het dan vooral over stress en over de gevolgen van ons jachtig bestaan. Daarmee betreedt hij een glibberig terrein waarop allerhande zwevers met eigen ondoorzichtige therapieën welig tieren. Maar Servan-Schreiber is niet van humbug gediend. Hij is meer van het type 'schoenmaker blijf bij je leest’.

Als het gaat om de invloed van onze geest op onze gezond­heid, heeft de auteur zijn sporen al eerder verdiend. Hij schreef er een boek over 'Uw brein als medicijn', dal een internationale bestseller werd. In zijn nieuwe boek spitst hij zijn inzichten met name toe op kanker.

Dat er een nauw verband is tussen geest en lichaam, weten we allemaal. Wie kent er niet een illustratie van? Niet bij een ander naar het toilet kunnen voor de grote boodschap, de altijd gejaagde manager die een hartinfarct krijgt, de stervende die pas de laatste adem uitblaast als alle kinderen afscheid hebben genomen: het is maar een kleine greep uit een woud aan voorbeelden. Ook in relatie tot kanker hebben velen wel bepaalde vermoedens. Uit onderzoek wordt dat nadrukkelijk bevestigd Servan-Schreiber verwijst naar een studie onder vrouwen met borstkanker. De helft van de ondervraagden bleek ervan overtuigd te zijn dat hun ziekte het gevolg was van stress waarmee ze niet konden omgaan - een abortus, een scheiding, de ziekte van een kind.

Artsen zelf hebben ook steeds psychologische oorzaken verbonden met kanker. Tweeduizend jaar geleden viel het de Grieks-Romeinse arts Galenus al op dat kanker vaak voor­kwam bij gedeprimeerde mensen. Halverwege de 19e eeuw betitelde een vooraanstaand Engels chirurg en de hoogste au­toriteit op het gebied van kanker ontreddering, de wisselingen van het fortuin en een neerslachtige stemming als de belang­rijkste oorzaken aan van kanker. "Ik heb zelf gevallen gezien wear de relatie zo duidelijk was, dat het tegen alle redelijk­heid in zou zijn gegaan om die ter discussie te stellen", list hij optekenen.

Frappant voorbeeld

Desondanks spreken de beschikbare onderzoeksresultaten elkaar vaak tegen terwijl oncologen het onderling nog steeds oneens zijn over de geldigheid en de relevantie van dergelijke observaties, zo stelt Servan-Schreiber vast. Zijn stelling is dat stressvolle situaties niet zozeer kanker veroorzaken maar wel de ziekte de gelegenheid kunnen bieden om zich te ont­wikkelen.

Moet hieruit dan de conclusie worden getrokken dat het onze eigen schuld is wanneer we de ziekte krijgen? Nee, dat is on­zin, aldus de auteur. Daarvoor zijn de factoren die bijdragen aan kanker te talrijk en te uiteenlopend. Wel kan iedereen bij wie de ziekte is vastgesteld, ervoor kiezen om anders te gaan leven en zo hoogstwaarschijnlijk een bijdrage te leveren aan zijn of haar herstel. Zelf is hij die weg ook gegaan, zoals hij in zijn boek beschrijft.

Een wel heel erg frappant voorbeeld is dat van de jonge die­renarts Ian Gawler uit Melbourne. Hij had botkanker, dat zijn been al had aangetast, en uitzaaiingen in heup en borstkas. De oncoloog gaf hem nog een paar weken te leven. Nu hij niets meer te verliezen had stortte Ian zich vol overgave op meditatie. Na enkele weken leek het tot ieders verbazing wel beter met hem te gaan. Na een paar maanden van intensieve meditatie, samen met een streng dieet, hervond Ian zijn krachten. De afschuwelijke botachtige uitstulpingen die zijn borst hadden misvormd waren helemaal verdwenen. Ian Gawler leeft nog steeds, dertig jaar later. Sinds zijn genezing wijdt hij het grootste deel van zijn tijd aan het begeleiden van groepen kankerpatiënten en hij helpt hen met het inpassen van meditatie en andere gezonde gewoonten in hun dagelijk­se leven.

Uiteraard levert het voorbeeld van Gawler geen enkel bewijs op. Maar voor Servan-Schreiber is zo'n casus interessant genoeg om te broeden op een verklaring en op zoek te gaan naar steun in de literatuur. Dat levert onmiskenbaar boeiende en waardevolle inzichten op.

Tekst: Hans Nieuwstad
Uitzicht Magazine voor natuurlijke kankerbestrijding jaargang 35 nr. 9 blz.10 en 11
www.moermanvereniging.nl

Terug naar recencies

Sterke lobby van industrie

Voor David Servan-Schreiber lijdt het geen twijfel dat het westerse voedingspatroon en de moderne leefstijl funeste gevolgen hebben voor onze gezondheid. Daarvoor zijn de aanwijzingen te talrijk. Maar hoe bestaat het dan dat de overheid zo lijdzaam blijft toekijken? Vanwege een immense industriële lobby, ont­dekte hij.

Eens vergezelde hij zijn vader, een beroemd journalist, tijdens diens bezoek aan de Amerikaanse senator George McGovern. De politicus maak­te een teleurgestelde indruk. Hij vertelde dat hij een commissie had voorgezeten die advies moest uit­brengen over voeding en volksge­zondheid. Deskundigen hadden de commissie ervan overtuigd dat het een zegen voor de Amerikaanse bevolking zou zijn als de consumptie van vlees en zuivelproducten omlaag zou gaan. Zo luidde dan ook de belangrijkste aanbeveling van de commissie.

Sinds dat advies was McGovern in een ongekende politieke storm terechtgekomen. De hele rundvee­houderij en de zuivelindustrie in de VS hadden hun gram over de senator uitgestort.

Terug naar recencies

Recensie Antikanker
Wetenschapper in de lijn van Moerman

Tekst: Drs. Hans Stoop

Op het moment dat ik dit boek in mijn handen had, viel mijn oog direct op de los bijgevoegde bijlage van het boek. Een samenvatting in 14 pagina's. Hierin staat kort en bondig wat u allemaal zelf kunt doen om uw lichaam in een goede conditie te houden.

De auteur, arts, wetenschappelijk onderzoeker en (ex-)patiënt beschrijft hoe hij is omgegaan met de diagnose kanker die 15 jaar geleden werd gesteld. Het boek is in 2007 in Frankrijk uitgekomen en dit jaar in Nederland.

In het voorwoord laat hij een scepticus aan het woord: epide­mioloog prof. J.W. Coebergh. Deze Rotterdamse hoogleraar heeft zijn bedenkingen bij de waarschuwingen van de auteur voor de grote hoeveelheid chemische stoffen in onze omge­ving. Aan het eind van zijn voorwoord geeft hij de lezer een boodschap mee: Lees het boek met een "open mind", maar ook met een kritisch oog.

Goed onderbouwd

Het boek gaat over het zelfgenezende vermogen van het lichaam. In dit verband wijst de auteur erop dat ieder lichaam kankercellen bevat maar dat statistisch gezien 1 op de 3 mensen aan kanker zal sterven.

Het is een goed wetenschappelijk onderbouwd boek dat het werk van Cornelis Moerman (zo'n vijfenzeventig jaar geleden in het nieuws gebracht) duidelijk, voor zover dat kan, weten­schappelijk bevestigt. De schrijver is ervan overtuigd dat zelfgenezing mogelijk is wanneer men de juiste voeding gebruikt, gifstoffen vermijdt, leert omgaan met stress, meer beweegt, mediteert en yoga beoefent. Dat is nogal wat voor een arts­onderzoeker om dit zomaar te zeggen. Ten dele heeft hij dat al eerder gedaan in het boek 'Uw brein als medicijn'. De auteur pleit voor preventie van ziekten, met name kanker. En wanneer er eenmaal kanker is, ga dan voor een reguliere behandeling ervan. Verder in het boek leest men echter dat de arts zijn vertrouwen toch wel wat verliest in bestraling en chemokuren en het gebruik van de juiste voeding steeds meer begint te waarderen en respecteren.

Welvaartsziekte

Servan-Schreiber promoot vertrouwen te hebben in het natuurlijk beschermingsvermogen van het lichaam. Hierbij worden de bekende feiten voor u op een rij gezet. Feiten zoals: 80 procent van de kankergevallen wordt veroorzaakt door een combinatie van leefstijl en milieu. Dat is ook de reden dat de auteur kanker als een welvaartsziekte ziet. Wat statistieken betreft is hij uitgesproken duidelijk: "het is informatie, geen veroordeling'. De persoonlijke uitslag kun je beïnvloeden met voeding, vitamines en meditatie. Met andere woorden: preventie is mogelijk.

Van een wetenschapper verwacht je gedegen literatuuronder­zoek en dat is dan ook wat we in dit boek terugvinden. Hij heeft de wetenschappelijke bevindingen voor ons op een rijtje gezet, zoals de recent bekend geworden feiten over de relatie ontsteking en kanker en over de micro-omgeving (zie Uitzicht/7). De rol van tumor- angiogenese (aanleg van nieuwe bloedvaten) komt eveneens aan de orde.

Al snel wordt de logische conclusie getrokken dat alles wat onze afweercellen sterker maakt, tegelijkertijd de groei van kanker ondermijnt. Hierbij komt een belangrijke factor aan bod: het voedsel dat we vroeger aten, was beter dan wat we nu tot ons nemen. Vooral na de Tweede Wereldoorlog is ons voedsel armer geworden. Armer aan essentiële stoffen zoals vitaminen en Omega-3, en rijk geworden aan o.a. geraffineer­de suikers. Eten tegen kanker is daarom volgens de schrijver heel goed mogelijk. Er moet hierbij goed gekeken worden naar de gebreken in het lichaamsmilieu.

De verschillende groenten, fruit, thee, kruiden, specerijen, paddenstoelen, enz. worden besproken in relatie tot het ont­staan en de aanwezigheid van kanker. Ook of het wel of niet gecombineerd kan worden met chemotherapie. Samenvat­tend: een waardevol boek dat beschouwd dient te worden als een studieboek en/of naslagwerk.

Uitzicht Magazine voor natuurlijke kankerbestrijding jaargang 35 nr. 9 blz. 23.

Terug naar recencies

Share this product