Afdrukken
PDF

Groene thee bleek superieur aan chemotherapie

Groene thee bleek superieur aan chemotherapie

Hij noemt zichzelf 'Schulmediziner par excellence', ofwel vrij vertaald uit het Duits: een echte reguliere arts. Het betreft de nu 79-jarige hematoloog prof. dr. Werner Hunstein uit Heidelberg. Tot 2001 verkeerde hij in een goede gezondheid, maar toen sloeg het noodlot toe.Bij Hunstein werd systemische amyloïdose geconstateerd, een ziekte die je nor­maal gesproken niet overleeft. Hunstein wist dat als geen ander. In het begin van zijn carrière had hij als patholoog de steenharde lever en milt van gestorven amyloïdosepatiënten onder ogen gehad. Bij een jaarlijkse gezondheidscheck wer­den bij Hunstein afwijkende bloedwaarden gevonden, waren er verdikkingen in de scheidingswand van het hart en waren de eiwitconcentraties in de urine hoog. De bloedstolling was verstoord. Drie jaar vervolgonderzoeken waren nodig om uiteindelijk met behulp van een weefselonderzoek de definitieve diagnose vast te stellen.

Hunstein verzwakte sterk door de amyloïdafzettingen. Er was sprake van toenemende hartzwakte en hij kon nog maar enkele meters lopen. De behandelend artsen in het ziekenhuis gaven hem over een periode van ruim een jaar veertien chemokuren gecombineerd met hoge doses cortison. Hierna verklaarden zij hem 'uitbehandeld'. De ziekte leek nu gestabiliseerd maar verbetering was uitgesloten. Van een bloedstamcellentransplantatie die in zulke gevallen wordt aanbevolen, moest vanwege zijn hoge leeftijd worden afgezien. De agressieve chemothera­pie had hem lichamelijk en geestelijk uitgeput. Sterk vermagerd, lijdend aan slapeloosheid en verzwakt wachtte Hunstein op zijn naderend einde.

Toen kreeg hij van twee oud-collega's een tip. Zij hadden op een congres in Berlijn een lezing bijgewoond van prof. Erich Wanker die van gunstige resultaten in het laboratorium vertelde van de stof EGCG op amyloïdafzet­ting. Groene thee is bijzonder rijk aan EGCG. Hunstein overlegde met zichzelf dat hij niets te verliezen had en als natuurwetenschapper meende hij dat was in een reageerbuis werkt, ook in het lichaam zou moeten kunnen wer­ken. Hij begon elke dag groene thee te drinken en knapte zienderogen op. In 2007 beschreef Hunstein zijn eigen casus dat in het hematologische vaktijdschrift Blood werd gepubliceerd (2007; 110:2216). Hij schreef hierin 'ob­jectief en subjectief dramatische verbetering' toe aan het EGCG in de groene thee. Elke dag had hij anderhalf tot twee liter groene thee gedronken, gezet van biologische Darjeeling. Voor de bereiding overgoot hij drie tot vier schepjes thee met kokend water en lies het vijf minuten trekken om de actieve stoffen in oplossing te doen gaan. Na enkele weken bleek hij zich al stukken beter te voelen dan jaren het geval was geweest. Langzaam maar zeker knapte hij op. Hij was nu weer in staat om zonder moeite wandelingen te maken. Ook het progressieve verlies van de nierfunctie kwam tot stilstand.

Genoemde prof. Wanker is van mening dat de ophoping van amyloïd bij andere ernstige aandoeningen zoals de ziekte van Huntington, de ziekte van Alzheimer, de ziekte van Parkinson en bepaalde vormen van leukemie een belangrijke rol speelt. In 2007 is aan de universiteitskliniek in Heidelberg een klinische studie gestart met EGCG bij amyloïdose. Maar vooral preventief kan groene thee een belangrijke functie hebben die zeer waarschijnlijk toegeschreven moet worden aan de werkzame stof EGCG, dat een sterk antioxidatieve werking heeft. Een alge­meen probleem van catechinen is de slechte opneembaarheid. Om deze te bevorderen wordt aangeraden om een kleine hoeveelheid citroensap aan de thee toe te voegen.

Dr. Gert E. Schuitemaker www.ortho.nl
DW 35e jaargang nr. 3, 17 januari 2009 pag. 5