Afdrukken
PDF

Gemmotherapie

Inhoudsopgave
Gemmotherapie
Bonusan
Bloem
Gemmotherapie VSM
Kiemplant
Alle pagina's

Gemmotherapie een behandeling met preparaten gemaakt van jonge plantendelen. Is het homeopathie, is het fytotherapie? Nee het is een unieke therapie, lees er meer over.

  • Gemmotherapie inleiding
  • Bloem
  • Bonusan
  • Kiemplant
  • VSM

Inleiding
Het is nu ongeveer 40 jaar geleden dat op een congres in Straatsburg de gemmotherapie werd geïntroduceerd. Als grondlegger van de gemmotherapie wordt dr. P. Henry gezien, terwijl met name dr. Max Tétau en dr. C. Bergeret klinische onderzoeken hebben uitgevoerd naar de werking en toepasbaarheid van gemmotherapeutische geneesmiddelen.

Max Tétau -arts en apotheker- is een der bekendste Franse homeopaten. Hij stamt uit een familie waarin de geneeswijze volgens Hahnemann een traditie is: zijn vader en grootvader waren eveneens homeopaat. In een van zijn boeken vertelt Max Tétau hoe hij als kleine jongen al van zijn grootvader Joseph leerde wat homeopathie is. De eerste levensregel die bij grootvader Joseph gold, was dat men altijd vooruit moet blijven gaan, altijd moet blijven vernieuwen. Zowel Joseph als Max kenden niet alleen de roeping van homeopaat, maar bovendien de roeping van auteur. Dankzij hun inzet en scherp waarnemingsvermogen werd heel veel waardevolle informatie vast gelegd om later te worden gepubliceerd.

Het begin
Als arts, homeopaat en apotheker had Max Tétau een bijzondere visie over de behandeling van de zieke mens. Ook gaf hij aan hoe men de gezondheid op een natuurlijke wijze kan bevorderen. Hij ontwikkelde een nieuwe natuurgeneeskundige therapie welke de naam "biotherapie" kreeg. In een van zijn boeken schreef hij: "De homeopathie heeft zich langzaam maar zeker ontdaan van zijn esoterische waas en is een therapie geworden die een onbetwist wetenschappelijke basis heeft". Vanuit deze achtergrond bezien is het dan ook niet verwonderlijk -en deels terecht- dat Tétau gemmotherapie omschreven heeft als "een moderne vorm van homeopathisch draineren". Tétau wilde met deze omschrijving aangeven dat gemmotherapie als doel heeft een of meer organen met een uitscheidende werking te stimuleren. De term "draineren" werd door Tétau gekozen om het dynamische karakter van de therapie tot uitdrukking te brengen.

Unieke groeistoffen en bijzonder bereidingsproces
Het woord "gemmotherapie" is afgeleid van het Franse gemmae of bourgeons wat knoppen betekent. Zowel het uitgangsmateriaal als het bereidingsproces komen niet overeen met wijze waarop homeopathische of fytotherapeutische geneesmiddelen worden vervaardigd. In de gemmotherapie gebruikt men uitsluitend delen van planten die zich in een actieve en snel delende groeifase bevinden. Meestal benut men jonge knoppen, maar ook haarwortels, jonge loten of kiemen zijn heel geschikt. Deze snel delende plantendelen bevinden zich in een stadium van actieve groei en celdeling. Om dit groeiproces te kunnen voltooien, hebben zij in deze fase bijzondere groeistoffen nodig. Voorbeelden van deze waardevolle bestanddelen zijn plantaardige groeihormonen (gibberellines, auxines) en groeibevorderende componenten (enzymen, aminozuren). In de volgroeide plant zijn deze unieke groeistoffen niet meer terug te vinden. Ze zijn door de plant gebruikt om het groeiproces te kunnen voltooien.

Het verse plantenmateriaal extraheert men minimaal 3 weken in een mengsel van alcohol en glycerine waarbij de verhouding tussen het plantenmateriaal en de extractievloeistof 1:20 is. Na de extractieperiode wordt het plantenmateriaal onder hoge druk uitgeperst en vervolgens gefiltreerd. Het product dat nu bereid is, noemt men een glycerinemaceraat. Dit is pas geschikt voor therapeutisch gebruik nadat het verder is verdund met een mengsel van alcohol, glycerine en water. De verdunning die gebruikt wordt, is de eerste decimale verdunning. Deze verdunning wordt aangeduid met 1D.

De hierboven beschreven bereidingswijze van gemmotherapeutica is noodzakelijk om de specifieke werkzaamheid van de unieke groeistoffen te kunnen behouden in het product. Het alcoholglycerine mengsel functioneert als drager waardoor de waardevolle groeistoffen van de plant via een transformatieproces in het mengsel overgaan, zodat zij bij therapeutisch gebruik door de specifieke orgaanstelsels worden opgenomen (absorptieproces), omgezet (metabolisme) en uitgescheiden (eliminatie). Samengevat: door het glycerinemaceraat als uitgangsmateriaal te kiezen en dit vervolgens te verdunnen tot een 1D tinctuur, verkrijgt men een geneesmiddel van bijzonder hoogwaardige kwaliteit, met een maximale biologische beschikbaarheid en een optimale therapeutische werkzaamheid.

Wetenschappelijk onderzoek
Met het oog op de veiligheid en mogelijke toxiciteit van gemmotherapeutica hebben Tétau en zijn medewerkers eind jaren '50 in Frankrijk een enkele dierstudies verricht omdat de bereidingstechniek van glycerinemaceraten destijds volkomen nieuw en onbekend was. Deze dierstudies hebben uitsluitend in Frankrijk plaatsgevonden en in een periode waarin sprake was van een heel andere houding t.a.v. dierstudies dan tegenwoordig. Het initiatief tot het uitvoeren van deze onderzoeken lag bij Tétau. Als apotheker was hij zich heel goed bewust van het feit dat toxische reacties mogelijk zouden kunnen zijn. Veel van de door hem gebruikte bomen en heesters uit parken en plantsoenen (liguster, Amerikaanse reuzenboom, haagbeuk, esdoorn, wollige sneeuwbal, olm) waren nooit eerder als geneesmiddel toegepast.

Drainage?
Geinspireerd door Tétau hebben vele artsen en therapeuten de gemmotherapie jarenlang beschouwd als een drainagetherapie. Tétau wilde met de term draineren vooral het dynamische karakter van de therapie tot uitdrukking brengen. Hij wilde door het stimuleren van een of meer organen met een uitscheidende werking "de poorten openen waardoor de toxinen die door het homeopathisch middel zijn vrijgekomen, uit het organisme verwijderd worden", aldus Tétau. De mogelijkheid om met behulp van gemmotherapeutische geneesmiddelen actief toxinen te verwijderen, sloeg bij Tétau's volgelingen enorm aan. Hij had met zijn vernieuwende, eenvoudig toepasbare en dynamische therapie zo'n succes dat zijn aanhangers gemmotherapie bijna alleen als drainagetherapie interpreteerden. Sommige artsen of homeopaten nuanceerden het begrip drainage. Zij spraken over een aspecifieke stimulatie van organen of complete fysiologische stelsels met als doel de gezondheid te bevorderen en het fysiologisch evenwicht te herstellen. Met aspecifiek bedoelden deze artsen dat deze stimulatie niet specifiek aan een persoon gebonden is, maar geschikt is voor (bijna) iedereen.

Ondanks deze nuancering ging het begrip drainage een compleet eigen leven leiden. Artsen, homeopaten, therapeuten, diëtisten, drogisten ...iedereen sprak net zo gemakkelijk over drainage als over de grote schoonmaak die vroeger zo gebruikelijk was. Men verzocht zelfs geneesmiddelenfabrikanten producten te leveren die deze schoonmaak zouden bevorderen. En zo ontstonden er allerlei "drainagemiddelen" met de meest bizarre claims. Het gevolg van deze ontwikkeling is dat men drainage als een losstaand gegeven is gaan zien. Maar de oorspronkelijke bedoeling van Tétau was via een energetisch werkingsprincipe organen in hun functionele werking te ondersteunen. De letterlijke vertaling van drainage of draineren volgens het "Zakwoordenboek der Geneeskunde" (Coëlho) is het afvoeren van vloeistoffen als bloed, vocht of pus door drains of door het maken van een opening.

Detoxificatie
Wat men in feite met de term drainage bedoelt, is detoxificatie of ontgifting. Detoxificatie kan gewenst zijn bij een verminderde, overbelaste of beschadigde leverfunctie, bijvoorbeeld door een overaanbod van toxines (alcohol, chemische oplosmiddelen, pesticiden, uitlaatgassen of geneesmiddelen als antidepressiva, anti-epileptica, cytostatica). Bepaalde gestandaardiseerde extracten (Silybum marianum, Curcuma longa) stimuleren de detoxificatie. Ook enkele gemmotherapeutica (Juniperus communis 1D of Fagus sylvatica 1D) ondersteunen de detoxificatie. Antioxidanten als vitamine C en E bezitten eveneens ontgiftende eigenschappen. Het zijn echter geen drainagemiddelen. Hun invloed op het menselijk lichaam beperkt zich tot het stimuleren van normale orgaanfuncties, het herstellen c.q. regenereren van verzwakte of beschadigde orgaanfuncties dan wel de preventie van functionele orgaanschade.

Organotrope werking
De meeste gemmotherapeutica hebben een organotrope werking, dat wil zeggen ze bezitten een bijzondere verwantschap met een bepaald orgaan of orgaansysteem. Enkele voorbeelden zijn Crataegus oxyacantha (hart en bloedvaten), Rubus idaeus (hormonale stelsel), Abies pectinata (bot- en kraakbeen), Juniperus communis (lever), Fagus sylvatica (nieren) en Tilia tomentosa (zenuwstelsel). In dit vademecum treft u een uitvoerige beschrijving aan betreffende de farmacologische eigenschappen (werkingen) en indicaties.

Daarnaast bestaan er enkele gemmotherapeutica met zeer karakteristieke eigenschappen. Zij zijn te herkennen aan hun tonifiërende, ontstekingsremmende of weerstandsverhogende werkingen.

Basis
Drie gemmotherapeutica vallen bijzonder op door hun typische werking en veelzijdigheid, het zijn Ribes nigrum, Quercus pedunculata en Betula pubescens. Deskundigen beschouwen deze drie middelen als de basismiddelen in de gemmotherapie omdat ze zo breed toepasbaar en veelzijdig werkzaam zijn. In feite beinvloeden deze drie geneesmiddelen het gehele organisme. Zij zijn goed met andere plantaardige of homeopathische geneesmiddelen te combineren. Deze drie geneesmiddelen hebben een bijzondere band met elkaar, zij werken synergistisch (versterken elkaar) of complementair (vullen elkaar aan). Men zou deze drie geneesmiddelen als een heel bijzonder driespan kunnen beschouwen. Zij werken daarnaast katalyserend indien zij met andere gemmotherapeutica gecombineerd worden.

Voordelen
De gemmotherapie kent enkele interessante voordelen:

  • Gemmotherapeutica worden uitsluitend in druppelvorm gepresenteerd. Dit is prettig in het gebruik. Slikproblemen welke kunnen optreden bij de inname van tabletten of capsules komen niet voor.
  • De dosering is zeer nauwkeurig, individueel in te stellen en eenvoudig aan te passen. Bij tabletten of capsules is zelden een dergelijke nauwkeurige, individuele dosering mogelijk.
  • Gemmotherapeutica hebben een enorme spreiding wat betreft de therapeutische breedte (dit is het verschil tussen de minimale- en de maximale dagdosering). Sommige artsen adviseren een dagdosering van 3x daags 30 druppels, anderen schrijven 3x daags 75 of 100 druppels voor!
  • Bijwerkingen treden zelden op. Wanneer deze optreden, is dit een gevolg van een te hoge (dag)dosering.
  • Interacties zijn zelden gemeld, noch in de literatuur beschreven.
  • De behandelaar kan gemmotherapeutica eenvoudig insluipen (dosering geleidelijk verhogen), dan wel uitsluipen (gebruik afbouwen) en aldus reboundeffecten voorkomen.
  • De druppels smaken bijzonder aangenaam, kinderen waarderen de zoetige smaak zeer.

Adviesdosering
Door de ruime marges in therapeutische breedte, is het niet mogelijk een strak doseerschema te geven. Slechts een algemeen en met name veilige adviesdosering kan worden opgesteld.

  • Volwassenen en kinderen ouder dan 12 jaar: 3x daags 50 druppels
  • Kinderen van 6 tot en met 12 jaar: 3x daags 25 druppels
  • Kinderen van 3 tot 6 jaar: 3x daags 15 druppels
  • Kinderen tot 3 jaar: 3x daags 10 druppels

Tips
Bij acute aandoeningen (hooikoorts, allergische reactie) kan de behandelaar de dagdosering tijdelijk verdubbelen tot verbetering van de klachten optreedt. Daarna weer terugschakelen naar de adviesdosering.

Daar kinderen meestal snel en goed op homeopathica, fytotherapeutica en gemmotherapeutica reageren, is een verhoging van de adviesdosering bij hen veelal niet noodzakelijk.

Ter verkrijging van een optimaal resultaat is het van belang gemmotherapeutica een half uur vóór of een uur na de maaltijd in te nemen. De druppels kunnen puur of verdund met water worden ingenomen.

Behandelperiode

Bij acute aandoeningen is er meestal sprake van een snelle, positieve reactie op gemmotherapeutica. Als binnen enkele dagen geen verbetering van de klachten optreedt, kan de behandelaar de dosering te verhogen.

Chronische aandoeningen vragen vaak meer tijd (en geduld) voordat verbetering merkbaar is. Bij chronische ziektebeelden is het aan te raden het geneesmiddel minimaal 3 tot 4 weken te gebruiken alvorens de dosering te verhogen of een ander geneesmiddel voor te schrijven.

Bijwerkingen, contra-indicaties, interacties.

Daar gemmotherapeutica de normale functies van organen of orgaansystemen stimuleren, treden bijwerkingen zelden op. Als de patiënt bijwerkingen meldt, komt dit meestal doordat de dagdosering te hoog is. De behandelaar kan de patiënt adviseren het geneesmiddel gedurende 2 dagen niet in te nemen en daarna over te schakelen op de gehalveerde dagdosering. Gemmotherapeutica zijn geschikt voor patiënten uit alle leeftijdsgroepen, dus zowel voor baby's en kinderen, als voor wijze, levenservaringrijke senioren. Alleen het gebruik tijdens de zwangerschap en lactatieperiode is af te raden daar nog niet door wetenschappelijk onderzoek is komen vast te staan dat toepassing in deze perioden veilig is (maar ook niet dat het onveilig is). Wetenschappers hebben namelijk tot op heden de veiligheid tijdens de zwangerschap en lactatieperiode niet als onderzoeksitem gekozen.

Interacties tussen reguliere- en gemmotherapeutische geneesmiddelen worden in de literatuur niet genoemd. Dit betekent niet dat interacties niet mogelijk zijn! Het is raadzaam bij gebruik van anticoagulantia zonder meer te overleggen met de behandelende arts en/of apotheker.