Afdrukken
PDF

Premenstrueel syndroom en menopauze

Bachbloesemtherapie bij premenstrueel syndroom en menopauze.

Een maandelijkse periode waar veel geslachtsrijpe vrouwen het moeilijk mee hebben, is de premenstruele fase. Emotionele onevenwichtigheid met prikkelbaarheid, onverklaarbare neerslachtigheid of humeurwisselingen, lichamelijke klachten als opgezette borsten, een opgeblazen gevoel en suikerhonger kunnen zich dan voordoen. Nog ingrijpender is de periode waar elke rijpere vrouw doorheen moet: de menopauze. Hier kunnen naast de klassieke opvliegers en transpiratieaanvallen ook diepgaande geestelijke veranderingen optreden. In beide van deze periodes kan met Bachbloesems geholpen worden. Voorwaarde hierbij is wel dat de bloesems steeds gekozen worden op basis van de individuele emotionele ongemakken die een vrouw ondervindt. 

Premenstrueel syndroom (PMS) 

Beech (beuk): bij een overmatige kritische instelling en als men prikkelbaar en onverdraagzaam tegenover anderen is. 
 

Crab apple (appel): als men zich onrein of vies voelt als de menstruatie aanbreekt en als men zich blindstaart op details en bijzaken. 

Rescue (eerste hulp remedie): tegen angst en algemeen gevoel van spanning 

Hornbeam (haagbeuk): als men futloos en vermoeid is en opkijkt tegen de sleur en de routine van het dagelijkse leven. 

Impatiens (reuzenbalsemien): bij overdreven ongeduld, anderen steeds willen opjagen en steigeren bij de minste kritiek.

Mustard (herik): voor gevoelens van droefheid of neerslachtigheid, zonder dat daar een duidelijke reden voor bestaat. 

Oak (eik): als men overactief is, bergen werk wil verzetten en onvermoeibaar in de weer is voor het gezin tot uitputting toeslaat. 

Scleranthus (hardbloem): bij snelle stemmingswisselingen, bijvoorbeeld als een vrouw in korte tijd geslingerd wordt tussen huilen en lachen. 

Willow (wilg): voor gevoelens van wrok en verbittering en bij overdreven pessimistische instelling. 


Menopauze: 

Chicory (cichorei): voor de ‘moederkloek’ die het niet kan hebben dat de kinderen het huis verlaten hebben en de kinderen nog steeds opeist of zich op een overdreven bemoeizuchtige manier aan hen blijft binden. Als aandacht en sympathie opgeëist worden door opdringerige hulp en zelfbeklag. 

Gorse (gaspeldoorn): bij wanhoop, vertwijfeling en totaal gebrek aan ambitie om er nog iets van te maken. 

Honeysuckl. (kamperfoelie): bij overdreven nostalgie naar het verleden en bij een blijvend verlangen naar een vervlogen periode. 

Mimulus (maskerbloem): bij concrete angsten die zich stellen, zoals de angst om verlaten te worden, om ouder te worden, om ziek te worden etc. 

Rescue (eerste hulp remedie): bij plotse spanningen en plotse symptomen (zoals opvliegers). 

Star of Bethlehem (vogelmelk): als met de aanvang van de menopauze een geestelijke schok of trauma verwerkt moet worden en als men ten onrechte denkt nu afgedaan en uitgerangeerd te zijn. 

Walnut (walnoot): voor ingrijpende veranderingen in het leven en om zich los te kunnen maken van het verleden en zich te oriënteren op een nieuw leven. 

Wild oat (ruwe dravik): om een juiste richting in hun nieuwe leven te vinden en een duidelijk doel voor ogen te hebben. 

Wild rose (hondsroos): bij overdreven lusteloosheid, apathie en onverschilligheid.

Willow (wilg): bij wrokkigheid en verbittering, als men in niets plezier meer heeft en anderen ook geen plezier gunt. 

Pharmactueel nr.5 mei 2010 blz. 19